Hulp bij > Adoptie > Adoptieouderschap


Vadertje en moedertje spelen? 

(Dit is een bijgewerkte versie van een artikel dat ik eerder schreef voor LAVA)

Iemand vertelde me jaren geleden het volgende voorval: een week nadat hun twee adoptiekinderen waren aangekomen, kwam een goede vriend op bezoek. Hij was nog maar net binnen toen hij vroeg: “En hoe bevalt het vadertje en moedertje spelen?”  Verontwaardigd antwoordden zij: “Wij spèlen geen vadertje en moedertje, we zijn hun vader en moeder!”
 
Twee verschillende manieren van kijken naar dezelfde situatie. De reactie van deze adoptieouders is heel begrijpelijk. T
och verwijst deze gebeurtenis volgens mij naar iets dat sommige adoptieouders moeilijk onder ogen kunnen zien n.l. dat wij adoptieouders  geen gewone ouders zijn.

' Adoptieouderschap is een bijzondere vorm van ouderschap.'

Ik wil u in dit artikeltje een aantal overwegingen voorleggen, in het besef dat ik de wijsheid niet in pacht heb. Daarom zou ik het fijn vinden als u op dit verhaal wilt reageren. 

Niet de eersten en niet de enigen. 
Ieder adoptieouder weet dat het kindje waarover zij zich ontfermen, biologisch andere ouders heeft. Toch hebben de meeste van ons, nooit de biologische moeders of vaders van onze kinderen in de ogen gekeken of de hand geschud. Vanwege procedurele, culturele of hele praktische redenen was en is dit vaak niet mogelijk. Zij hebben daardoor ook voor ons meestal geen naam en geen gezicht. Toch is hun bestaan onlosmakelijk met dat van ons verbonden: onze kinderen zijn zelf immers de levende schakel die hen voor altijd aan ons verbindt. Adoptieouders zijn de “tweede” in het leven van hun geadopteerde kinderen. Wij zullen nooit de “eersten” zijn of worden. Een gevolg van de feitelijke situatie: onze kinderen hebben hun leven uitsluitend en alleen te danken aan hun biologische ouders. En niet aan ons. Aan de adoptie gaat een drama voor kind en afstandsmoeder vooraf. Ik spreek hier alleen over moeders omdat het in veel gevallen om jonge ongetrouwde meisjes gaat. Soms weten zelf zij niet eens wie de vader van hun kindje is. En heel vaak weten de biologische vaders niet eens van het bestaan van hun kind af. Ze zijn en blijven hierdoor onzichtbaar voor ons èn onze kinderen. Toch hebben ook deze onzichtbare vaders hun eigen plaats en positie in het leven van onze kinderen. Uit gesprekken met geadopteerde jongeren, blijkt dat zij gedurende bepaalde periodes in hun leven, vrijwel dagelijks aan hun biologische ouders denken of er over fantaseren. Zonder dat zij hierover (durven) spreken met  hun adoptieouders. En in gesprekken met adoptieouders valt op dat zij vaak zeer verbaasd reageren als dit naar voren komt. Zij hebben het beeld van zichzelf dat zij er wel degelijk voor open staan om hier met hun kinderen over te praten. Toch beleven deze jongeren dit meestal anders. Zij willen ons uit loyaliteit en uit liefde niet in een lastige positie brengen. 

Verwarring.
Ik denk wel eens dat veel adoptieouders zich onvoldoende realiseren, dat hun kinderen, Als schoolkind, in de pubertijd, adolescentie en ook jaren later nog wel, van tijd tot aan denken aan en dromen over hun biologische ouders. Het lijkt mij de kunst en de uitdaging voor ons adoptieouders om onze kinderen de ruimte te bieden hierover te denken en als zij dit willen, hierover met ons van gedachten te wisselen. Zodat ze zien dat wij dit van hen begrijpen. En zij ervaren dat wij dit niet als een persoonlijke afwijzing voelen. Zelf denken ze misschien: 'Waarom zou ik naar mijn biologische ouders verlangen of nieuwsgierig naar hen zijn als ik het bij jullie goed heb?' Of: 'Als ik over hen zou praten, denken mijn ouders misschien dat zij niet goed voor me zorgen en dat wil ik niet.' Het lijkt dan wel of ze het gevoel hebben te moeten kiezen: bij wie hoor ik eigenlijk: bij mijn biologische ouders of bij mijn adoptieouders?  En ook tegenover ons kunnen onze kinderen heel tegengestelde gevoelens hebben. Aan de ene kant: 'Deze ouders hebben me geadopteerd en geven me kansen en een goed leven'. Maar aan de andere kant denken ze misschien: 'Ik lijk helemaal niet op ze, het zijn vreemden, waarom willen zij mij eigenlijk wel hebben en willen mijn  'echte ouders' me niet hebben. Omdat zij zelf geen kinderen konden krijgen moet ik ze blij maken?' Met wie moet ik me vergelijken? ik wil gewoon zijn, maar ik ben het niet. Ik val overal op: iedereen ziet dat dit niet mijn echte ouders zijn, ik schaam me dood voor ze. Ik wilde dat ik ook wit was en geen kroeshaar had.....................Bij wie hoor ik ècht en bij wie hoor ik helemààl? Al deze tegengestelde gedachten en gevoelens kunnen bij onze kinderen tot grote innerlijke verwarring en schuldgevoelens  leiden.  

Geboortegrond.
In het verleden zijn we samen met onze kinderen en een aantal andere gezinnen op rootsreis geweest naar India. Tijdens deze reis ben ik me meer dan ooit bewust geweest van welke drama`s  aan adoptie vooraf gaan. Het was aangrijpend, toen we samen de arts en de verpleegkundige in het kleine kamertje stonden, waar onze zoon lang geleden werd geboren... over geboortegrond gesproken. En al even aangrijpend was het toen we met elkaar het tehuis binnengingen, waar onze dochter lang geleden een paar dagen na haar geboorte als vondeling heimelijk werd 'afgeleverd'. Op zulke momenten komen de pijn van hun geboorte, het afgestaan zijn èn de blijdschap van hun adoptie wel erg dicht bij elkaar. Het waren vooral deze momenten dat ik groot respect èn achting voelde voor hun biologische moeders. Op zulke momenten wordt een mens zich er wel heel bewust van dat adoptieouderschap een hele speciale wijze van ouderschap is. Wij hebben onze kinderen van andere ouders gekregen.............

                 

 

 

Geen letter

`t Geheim dat jij me toevertrouwde
toen je de tijd zei stil te staan
zich om te keren en mij vroeg
met haar mee terug te gaan

en ik in hemels licht gevangen
twee vrouwen zag
die dwars door tegentijd en lijden
uit liefde zonder keus

hun pasgeboren kinderen
zo kwetsbaar nog en klein
uit handen moesten geven
aan vreemden zonder naam

voor dat geheim kan mij 
de tijd geen letter lenen
alleen de Eeuwige draagt haar door
tijd en lijden, woordeloos en veilig heen.
                                                        

  

Tekst en illustratie 'Moedertaal'  Voor meer info  Klik hier  

Eigen verdriet.
Voor veel adoptieouders is het vanwege eigen onvruchtbaarheid of die van de partner onmogelijk om zelf een kind te krijgen. Dit is voor de meeste ouders een enorm pijnlijk gemis. Het grote verdriet over onze eigen kinderloosheid gaat niet over door het adopteren van een kindje. Ik heb wel eens de indruk, dat als je kinderen hebt geadopteerd, er wordt gedacht dat het verlangen naar een eigen kind niet meer aanwezig hoort te zijn. Zo van: jullie wilden graag een kindje, jammer dat het zelf niet lukte, maar gelukkig heb je door adoptie nu een kind, dus het verdriet is 'opgelost', einde verhaal. Voor een buitenstaander mag dit misschien zo lijken, de werkelijkheid is heel anders. Het verlangen naar een eigen kindje is natuurlijk door het adopteren niet weg of “opgelost”. 

Als een van de huwelijkspartners er toch van uitgaat dat door het adopteren van een kindje de pijn van het kinderloos zijn wordt ‘opgelost’, doet dit de relatie met de eigen partner èn het geadopteerde kind beslist geen goed. Ik sluit niet uit, dat het onverwerkte verdriet over de eigen kinderloosheid, een van de redenen is dat sommige adopties zo moeizaam verlopen. Verplaats u zich eens in het adoptiekind, waarvan de adoptieouders  hun eigen kinderloosheid niet hebben verwerkt: Het geadopteerde kind krijgt dan de functie, de lege plaats van het niet geboren eigen kind in te nemen. Om zo het verdriet van de adoptieouders over hun eigen kinderloosheid af te dekken. Wanneer dit het geval is, kàn het geadopteerde kind niet worden gezien vanuit zijn of haar eigen oorsprong. Inclusief het trauma van het afgestaan zijn. Het kind moet er immers voor de adoptieouders zijn. Terwijl ouders er voor een kind horen te zijn. Er ontstaat een cirkel van verwarring en verstrikking: Het geadopteerde kind krijgt niet de emotionele ruimte om zich te verzoenen met het eigen afstandsverleden incl. de pijn en het verdriet daarvan. Want hiervoor bestaat geen ruimte wanneer een kind het verdriet van de adoptieouders moet wegnemen. Het geadopteerde kind zit op die manier knel tussen de biologische ouders en de adoptieouders: 'Wie ziet mij?' In gesprekken met adoptieouders, merk ik af en toe een soort verlegenheid om te praten over hun ongewenste kinderloosheid. Alsof er een taboe op rust. Mijn stelling is: Wanneer adoptieouders hun kinderloosheid voldoende hebben verwerkt, is er ruimte voor hun geadopteerde kind om vrijuit te denken over de biologische ouders. 

Ongewoon.
Voelt u wel es de teleurstelling dat uw zoon of dochter niet op u lijkt, niet uw ogen heeft, uw handen of lichaamsbouw? Hoe gaat u hiermee om? Kunt u het zich toestaan dit te voelen en er met uw partner over te praten? Fantaseert u er wel es over, misschien samen met uw partner, hoe uw eigen kinderen eruit zouden zien en op wie ze het meest zouden lijken? Of hebt u dan het gevoel dat u verraad pleegt aan uw geadopteerde kind? Indien dat zo is, voelt u dan dat u in hetzelfde loyaliteiten schuitje zit als uw kind? Ik denk dat er niet mis mee is, als u soms denk over uw eigen nooit geboren kind?  Als u hier veel aan denkt, vermoed ik dat uw verdriet over uw eigen kinderloosheid u weer in de weg staat. En dan moet u hier weer ruimte voor maken en aandacht aan geven. Zodat uw ogen en uw hart weer open gaan voor uw kinderen. En het weer lukt om hen opnieuw te zien en te nemen zoals ze zijn. Wist u trouwens dat tranen van verdriet, er letterlijk voor zorgen dat we scherper gaan zien? Misschien verwacht u van uw zoon of dochter onbewust wel gedrag dat helemaal niet past bij hem of haar. Misschien is de relatie tussen u en uw zoon of dochter helmaal niet zoals u dat graag zou willen. Of hebben uw kinderen belangstelling voor heel andere zaken dan u heeft. Misschien doen zij een enorme aanslag op uw aanwezigheid of vragen ze veel meer aandacht dan u kunt geven. Wij zullen ons als adoptieouders goed moeten realiseren, dat onze kinderen geen gewone kinderen voor ons zijn evenals wij geen gewone ouders voor hen zijn.  

Adoptieouders zijn volwaardige ouders.
Adoptieouderschap is en blijft een bijzondere vorm van ouderschap. 
Loyaliteitsgevoelens en loyaliteitsconflicten, horen bij adoptieouderschap. Er is steeds sprake van een 'aanwezige afwezigheid' naar twee kanten. Voor onze kinderen is het de 'aanwezige afwezigheid' van de eigen biologische ouders. Voor adoptieouders is dat de  'aanwezige afwezigheid' van eigen biologische kinderen. Daarom spelen loyaliteits- gevoelens en conflicten een grote rol. Wanneer wijzelf voluit respect en achting tonen voor de 'afwezige' biologische ouders van onze kinderen, legitimeren wij onze kinderen om dit òòk te doen. Loyaliteitsgevoelens hoeven niet te worden opgelost, maar willen slechts erkend en aanvaard worden. En daarin mogen ouders kinderen voorgaan.

Wanneer wij op een dergelijke wijze ons ouderschap gestalte geven, dan spèlen wij geen vadertje en moedertje, maar dan zijn we het! En wel op een heel bijzondere manier! Wilt u reageren op dit verhaal? Voor mailen klik hier